
Hamdallaye IDENTIKIT :
- Hamdallaye was de hoofdstad van
het Peul-koninkrijk Macina. Jaja, tot grote vreugde van Filip zijn we weer
in Peulgebied. De stad moest in het begin van de 19de eeuw qua architectuur
niet onderdoen voor Ségou en Djenné en was beroemd om z'n talrijke
madrassa's (koranscholen). El Hadj Omar "bevrijdde" de stad echter in ware
George Bush-stijl en bediende zich en passant van de rijkdommen van de
Peul. Het excuus dat hij daarvoor gevonden had, was dat de Peul
samenleefden met Bambara-animisten en dat was niet conform de koran. Na de
talrijke gevechten die hierop volgden, schoot er van Hamdallaye niet veel
meer over.
We trekken er na een paar heerlijke dagen Bamako op uit om de
Nigervallei te gaan verkennen. We beginnen met Ségou, de stad die door
Maryse Condé zo meesterlijk werd beschreven in haar dubbelroman met
dezelfde titel, die zich afspeelt ten tijde van Ségou's hoogdagen, toen
hier een machtig Bambara-rijk gevestigd was. Het transport blijft vlot
verlopen en we staan al tegen de middag in Ségou. Het blijkt een rustig
provinciestadje te zijn aan de oevers van de machtige Niger. Jongetjes
rijden op ezelskarren met bananen en maniokbladeren door de met statige
bomen omrande lanen. Op de markt, naast de moskee, is vanalles te koop. De
Fransen vestigden hier het hoofdkwartier van de maatschappij die de handel
en het transport op de Niger beheerde : de "Office du Niger". Dat
resulteerde in een aantal indrukwekkende administratieve gebouwen in
koloniale stijl. Het "Odiice du Niger" werkt nog altijd en ook de gebouwen
zijn nog in gebruik en dus goed onderhouden. Dé reden waarom mensen naar
dit stadje komen is echter Ségou Koro, de oude Bambara-hoofdstad. Dat is nu
een dorpje op 9 km van het moderne Ségou. Een mooie wandeling, zo denken
wij, en na een slechte nachtrust zijn we op weg. Slechte nachtrust, ja,
want ze zijn in ons hotel verzot op Indische films (en die kunnen lang
duren, in ons geval tot 2 uur) die ze zoals alles luidruchtig bekijken en
becommentariëren.
Na inderdaad een mooie tocht langs de Niger zien we onze
eerste "banco-gebouwen" , de typische aarden wallen ondersteund door een
woud van boomstammen en takken. Het dorpje telt nog 4 moskeeën en een
aantal huizen uit de 18de eeuw en de stichter van Ségou, Biton Mamady
Coulibaly, ligt hier ook begraven. Voor wie meer wil weten over het
fascinerende Bambara-rijk Ségou, raden we het al vermelde boek van mevrouw
Condé aan. Ons bezoek aan Ségou was in ieder geval een meevaller, temeer
daar we ook nog een super lekker gembersapje op de kop weten te tikken. Die
dingen zijn verslavend !
We worden op transportvlak nog steeds verwend : een bus die 's morgens
direct vertrekt over een asfaltbaan zonder putten en één zitje per persoon.
Het voelt een beetje als "business class" aan voor ons. We gaan er eens
goed voor zitten. De chauffeur legt een cassetje van Salif Keita op. De
mans ijle stem geeft het savannelandschap iets eeuwigs. In de dorpen die we
passeren prijken alsmaar vaker banco-moskeeën. Uit de muren gemaakt uit een
mengeling van leem, water en aarde, met die typische koffie-met-melk kleur,
steken stukken hout van de ondersteunende balken. Net voor Sévaré zien we
het hotel waar we graag zouden logeren en gaan eens kijken. De beschrijving
ervan in Lonely Planet is blijkbaar iets te lovend en het succes is hen
naar het hoofd gestegen : de prijzen zijn zo ongeveer verdrievoudigd. We
bedanken feestelijk en vinden een paar honderd meter verder iets
goedkopers. En 's avonds zien we Egypte de Afrika-cup winnen.
De volgende ochtend fietsen we tegen de strakke wind in door het droge
maar toch enigszins groene landschap naar Hamdallaye (zie Hamdallaye identikit). Het is behoorlijk
vechten want de wind wordt door niets tegengehouden en blaast ons recht
tegemoet. Na een kleine 2 uur zijn we er. We zien overblijfselen van de muren, het paleis van Cheikou
Amadou, de stichter, is nog redelijk intact. Je kan er ook
de graven van diezelfde Cheikou en een aantal andere moslimgeleerden
bezoeken. Voor de Peul, nog steeds strenge moslims, is dit een heilige
plaats. Er zijn dan ook een paar andere bezoekers. De omgeving smeekt om
gefotografeerd te worden. Een paar herders drijven hun koeien naar een
drinkplaats in de verte. Een vrouw in blauwe boubou (lang kleed) staat
naast een rieten hut gierst te stampen.
Terugfietsen, met de wind in de rug, gaat een stuk vlotter. We kopen op
de markt nog wat groenten en doen ons tegoed aan een fris slaatje.
De dag erop is heel relax met een jogging en zonnen aan het zwembad van
het hotel waar we de fietsen huurden. Nog eens een dag later huren we die
weer om naar Mopti te gaan. We hebben ditmaal eerst de wind in de rug en
surfen zo een beetje naar Mopti. Dat stadje is zowat hét toeristisch
centrum van Mopti en we begrijpen al vlug waarom. In het regenseizoen is
Mopti (alleen de naam valt een beetje tegen :-) een eiland dat enkel met
een verhoogde weg met de rest van het land verbonden is. De regens zijn al
een paar maanden gedaan en nu zijn grote stukken rondom de stad graasland
geworden. De Bani en de Niger omsluiten voor de rest de haven, een bonte
verzameling van prauwen en de stoffige, middeleeuws aandoende straatjes van
de oude stad. Het geheel mondt uit in de Misiré-moskee, een schitterend
staaltje Sahelbouwstijl. We regelen een hotelkamer voor morgen en shoppen
ook al een beetje rond voor een tocht per prauw naar Timbuctu. We vragen
ook een verlenging voor ons visum, hetgeen heel vlot gaat. Op de terugweg
naar Sévaré moeten we een stuk harder duwen maar we genieten toch van het mooie,
moerassige landschap.
We wandelen de dag erop nog een beetje rond in de leuke straatjes van het oude Mopti. Onse boot vertrekt woensdag 15/02 om 16 uur. Het is de bedoeling dat we 3 à 4 dagen later in Timbuctu zijn.
Tumbuctu - 22 februari 2006
Als je dit thuis aan het lezen bent, haal dan maar iets uit de koelkast
om te drinken, misschien nog een chipke erbij, en zet je er maar eens goed
voor, want dit is echt wel een sterk verhaal. Als we terug thuis zijn :
niet met ons op café gaan want we riskeren om de hele avond over deze tocht
te leuteren :-)
Die woensdag dus, hangen we eerst nog een beetje rond in Mopti en doden
de tijd zoals dat heet tot 16 uur. We worden naar een prauw gebracht die zo
te zien propvol zit met zakken gierst, radio's, een moto en nog vanalles
nuttigs en onnuttigs. Daarbovenop zoeken een vijftigtal mensen een
zitplaats. Wij dus ook. Tot daar alles behoorlijk OK en met het
gebruikelijke anderhalf uur vertraging verlaten we de haven van Mopti. Na
nog geen 100 meter lopen we al op een zandbank. De bemanning moet eruit en
met stokken sleuren ze de prauw weer vlot. Dat gebeurt nog een paar keer in
de volgende kilometers. Geen wonder ook : de prauw is duidelijk overladen.
De boorden hangen met moeite 10 cm boven het water. Tot overmaat van ramp
steekt een strakke harmattanwind op, de koude wind die vanuit de woestijn
naar het zuiden blaast en zandstormen veroorzaakt. We geraken dan ook
absoluut niet ver en rond 9 uur 's avonds beslist de schipper om te gaan
slapen. We leggen aan en slapen in de duinen met
zicht op de lichten van Mopti in de verte :-/.
We verbroederen ondertussen
met Maxi en Baba, twee jongeren die in Timbuctu wonen. Vooral Baba is heel
nuttig voor ons. Hij spreekt vloeiend Frans en behoorlijk goed Engels en
heeft deze tocht al 6 keer gedaan.
Om 3 uur 's morgens moeten we al op want we vertrekken weer. In de loop
van de ochtend blijft de gevreesde harmattan echter aanhouden en
veroorzaakt golven die onze overladen prauw niet langer aankan. We gaan dus
weer aan de kant. Het is behoorlijk koud en er is niet echt plaats om te
schuilen. We beleven dus een ellendige namiddag en nacht. We liggen met de
prauw langs de oever en kilometers in de omtrek valt geen huis te zien. Het
lijkt wel avond doordat er constant opwaaiend zand de zon verduistert. Ook
de vrijdagochtend - we hebben er dan al een tweede koude nacht opzitten en
hebben nog geen vierde van de weg afgelegd - is er nog teveel wind. We
blijven dus nog een paar uur in ledigheid doorbrengen. Een paar passagiers
kunnen het wachten niet meer aan en proberen over land verder te geraken.
We worden ondertussen in leven gehouden met borden (plastieken kommen
eigenlijk) rijst waarin je af en toe een vis of een verdwaalde tomaat
vindt. In de namiddag valt de wind enigszins en we kunnen weer vertrekken.
Tenminste, als de motor wil starten. De batterij wil echter niet meewerken.
Valt nog mee : een paar uur later helpt een andere prauw ons uit de nood.
Tegen de avond naderen we het debo-meer, de grote waterplas die zowat het
centrum is van de Nigerdelta. Het landschap is behoorlijk spectaculair.
Koeien en geiten grazen tussen kreekjes en plassen vredig naast een bonte
verzameling watervogels. Tegen de avond komen we weer aan een zone met veel
zandbanken en de passagiers moeten uit de prauw en langs de oever te voet
verder. Weer eens goed dat we Baba hebben die ons alles kan uitleggen en
ook onze vragen in het Bambara kan vertalen. De bemanning spreekt met
moeite 2 woorden Frans en we zijn er ook al achter dat ze in feite niet
echt competent zijn.
In tegenstelling tot wat er in dergelijke moeilijke omstandigheden vaak
gebeurt, groeit er nu echter geen groepsgevoel. Veel medepassagiers zijn
zelfs eerder aggressief tegen ons. Met Maxi en Baba vormen we een kliekje.
We wandelen naar een dorp en brengen daar de nacht door.
De volgende ochtend is het eindelijk weer zonnig en we vertrekken dan
ook meteen. Dit is onze vierde dag : we hadden er eigenlijk al moeten zijn
en we zijn nog niet eens aan de helft van het traject. We varen die ochtend
goed door en dan, rond 11 uur, komen we aan een dorp vlak voor het
Debo-meer. De bemanning is aan het eten, allemaal tegelijk, en ziet dan ook
de grotere boot niet die de rivier ter hoogte van het dorp oversteekt. De
bemanning reageert veel te laat. Ze hebben met moeite de tijd om elkaar toe
te roepen dat er een boot aankomt. We knallen er vol tegen met de boeg van
onze prauw, die in stukken gereten wordt. De planken vliegen in het rond.
De boot keert door de slag en we botsen met de flank van de prauw tegen de
flank van de boot. Gelukkig is onze snelheid al wat gebroken door de eerste
botsing en we kantelen niet. Een tweede geluk bij dit ongeluk is dat de
prauw op een zandbank blijkt te zijn vastgelopen. Nu net mocht dit eens. We
zinken dus niet ! En een derde geluk is dat we ter hoogte van een dorp zijn. We geraken dus zonder
problemen en droog aan de kant. Wat nu? Discussie met de schipper leert dat
de reparaties 4 dagen zullen duren, dat hij geen geld heeft om eerst een
andere prauw te betalen omdat hij alles geïnvesteerd heeft in z'n lading en
we dus moeten wachten. Dat zien velen uiteraard niet zitten. Wij ook niet
:-(
Onze medische kit komt van pas : een paar mensen zijn gewond geraakt. We
discussiëren nog een paar uur op z'n Afrikaans. Het dorp is ook wel leuk
(tijd genoeg om het te bezoeken). Vrouwen drogen en roken vis terwijl
mannen vissen en hun kudden hoeden. Na een paar uur - onze prauw is dan al
naar de kant gesleept - passeert een andere prauw. Met een kano varen we
erop af en beginnen te onderhandelen. We mogen mee tot in Diré, niet zover
van Korioumé, de haven van Timbuctu.
Op die tweede prauw is de sfeer helemaal anders : goed eten, bemanning
die de goede navigatieroutes kent en niet zoooo volgeladen, alhoewel ook
wel vol hoor. De twee volgende dagen verlopen dan ook vlot. We steken het
Debo-meer over, zien onderweg 4 nijlpaarden, massa's vogels, en prachtige
landschappen. De zon is ook weer van de partij, al blijft het winderig en
daardoor frisjes. Op zondagavond leggen we in Tonka aan. Baba bewijst nog
maals z'n nut voor ons en neemt ons mee naar het huis van een vriend van
hem. We worden er met open armen ontvangen. We eten, slapen en drinken thee
in z'n huis. Hij wil van geen betaling weten. Een nacht op een matras is
een stuk comfortabeler dan op een zak gierst, dat kunnen we nu ook
bevestigen.
De dag erop verliezen we veel tijd omdat we vaak stoppen om goederen te
lossen. En ook omdat de schipper een geweer heeft en af en toe een vogel
neerknalt die een scheepsjongetje dan zwemmend moet gaan halen. Hij wordt
niet aangevallen door krokodillen en nijlpaarden, maar wij waren er toch
niet gerust op.
Maar dan zijn we er eindelijk. Een pick-up brengt ons naar Timbuctu en
dinsdagnamiddag om 15 uur hebben we een bed en nemen een douche, bijna een
week na ons vertrek. Een fris pintje gaat er ook wel in en een paar uur
later zijn we klaar om het magische Timbuctu te bezoeken. Maar da's voor
het volgende verslag.
Lees onze vorige avonturen in Mali Onze laatste avonturen in Mali
Naar boven







