Reisverslag 7 : Mali (7 februari 2006 - 22 februari 2006)



Hamdallaye IDENTIKIT :
- Hamdallaye was de hoofdstad van het Peul-koninkrijk Macina. Jaja, tot grote vreugde van Filip zijn we weer in Peulgebied. De stad moest in het begin van de 19de eeuw qua architectuur niet onderdoen voor Ségou en Djenné en was beroemd om z'n talrijke madrassa's (koranscholen). El Hadj Omar "bevrijdde" de stad echter in ware George Bush-stijl en bediende zich en passant van de rijkdommen van de Peul. Het excuus dat hij daarvoor gevonden had, was dat de Peul samenleefden met Bambara-animisten en dat was niet conform de koran. Na de talrijke gevechten die hierop volgden, schoot er van Hamdallaye niet veel meer over.


Ségou - 7 februari 2006

We trekken er na een paar heerlijke dagen Bamako op uit om de Nigervallei te gaan verkennen. We beginnen met Ségou, de stad die door Maryse Condé zo meesterlijk werd beschreven in haar dubbelroman met dezelfde titel, die zich afspeelt ten tijde van Ségou's hoogdagen, toen hier een machtig Bambara-rijk gevestigd was. Het transport blijft vlot verlopen en we staan al tegen de middag in Ségou. Het blijkt een rustig provinciestadje te zijn aan de oevers van de machtige Niger. Jongetjes rijden op ezelskarren met bananen en maniokbladeren door de met statige bomen omrande lanen. Op de markt, naast de moskee, is vanalles te koop. De Fransen vestigden hier het hoofdkwartier van de maatschappij die de handel en het transport op de Niger beheerde : de "Office du Niger". Dat resulteerde in een aantal indrukwekkende administratieve gebouwen in koloniale stijl. Het "Odiice du Niger" werkt nog altijd en ook de gebouwen zijn nog in gebruik en dus goed onderhouden. Dé reden waarom mensen naar dit stadje komen is echter Ségou Koro, de oude Bambara-hoofdstad. Dat is nu een dorpje op 9 km van het moderne Ségou. Een mooie wandeling, zo denken wij, en na een slechte nachtrust zijn we op weg. Slechte nachtrust, ja, want ze zijn in ons hotel verzot op Indische films (en die kunnen lang duren, in ons geval tot 2 uur) die ze zoals alles luidruchtig bekijken en becommentariëren.
Na inderdaad een mooie tocht langs de Niger zien we onze eerste "banco-gebouwen" , de typische aarden wallen ondersteund door een woud van boomstammen en takken. Het dorpje telt nog 4 moskeeën en een aantal huizen uit de 18de eeuw en de stichter van Ségou, Biton Mamady Coulibaly, ligt hier ook begraven. Voor wie meer wil weten over het fascinerende Bambara-rijk Ségou, raden we het al vermelde boek van mevrouw Condé aan. Ons bezoek aan Ségou was in ieder geval een meevaller, temeer daar we ook nog een super lekker gembersapje op de kop weten te tikken. Die dingen zijn verslavend !

Sévaré - 10 februari 2006

We worden op transportvlak nog steeds verwend : een bus die 's morgens direct vertrekt over een asfaltbaan zonder putten en één zitje per persoon. Het voelt een beetje als "business class" aan voor ons. We gaan er eens goed voor zitten. De chauffeur legt een cassetje van Salif Keita op. De mans ijle stem geeft het savannelandschap iets eeuwigs. In de dorpen die we passeren prijken alsmaar vaker banco-moskeeën. Uit de muren gemaakt uit een mengeling van leem, water en aarde, met die typische koffie-met-melk kleur, steken stukken hout van de ondersteunende balken. Net voor Sévaré zien we het hotel waar we graag zouden logeren en gaan eens kijken. De beschrijving ervan in Lonely Planet is blijkbaar iets te lovend en het succes is hen naar het hoofd gestegen : de prijzen zijn zo ongeveer verdrievoudigd. We bedanken feestelijk en vinden een paar honderd meter verder iets goedkopers. En 's avonds zien we Egypte de Afrika-cup winnen.
De volgende ochtend fietsen we tegen de strakke wind in door het droge maar toch enigszins groene landschap naar Hamdallaye (zie Hamdallaye identikit). Het is behoorlijk vechten want de wind wordt door niets tegengehouden en blaast ons recht tegemoet. Na een kleine 2 uur zijn we er. We zien overblijfselen van de muren, het paleis van Cheikou Amadou, de stichter, is nog redelijk intact. Je kan er ook de graven van diezelfde Cheikou en een aantal andere moslimgeleerden bezoeken. Voor de Peul, nog steeds strenge moslims, is dit een heilige plaats. Er zijn dan ook een paar andere bezoekers. De omgeving smeekt om gefotografeerd te worden. Een paar herders drijven hun koeien naar een drinkplaats in de verte. Een vrouw in blauwe boubou (lang kleed) staat naast een rieten hut gierst te stampen.
Terugfietsen, met de wind in de rug, gaat een stuk vlotter. We kopen op de markt nog wat groenten en doen ons tegoed aan een fris slaatje.
De dag erop is heel relax met een jogging en zonnen aan het zwembad van het hotel waar we de fietsen huurden. Nog eens een dag later huren we die weer om naar Mopti te gaan. We hebben ditmaal eerst de wind in de rug en surfen zo een beetje naar Mopti. Dat stadje is zowat hét toeristisch centrum van Mopti en we begrijpen al vlug waarom. In het regenseizoen is Mopti (alleen de naam valt een beetje tegen :-) een eiland dat enkel met een verhoogde weg met de rest van het land verbonden is. De regens zijn al een paar maanden gedaan en nu zijn grote stukken rondom de stad graasland geworden. De Bani en de Niger omsluiten voor de rest de haven, een bonte verzameling van prauwen en de stoffige, middeleeuws aandoende straatjes van de oude stad. Het geheel mondt uit in de Misiré-moskee, een schitterend staaltje Sahelbouwstijl. We regelen een hotelkamer voor morgen en shoppen ook al een beetje rond voor een tocht per prauw naar Timbuctu. We vragen ook een verlenging voor ons visum, hetgeen heel vlot gaat. Op de terugweg naar Sévaré moeten we een stuk harder duwen maar we genieten toch van het mooie, moerassige landschap.

Mopti - 15 februari 2006

We wandelen de dag erop nog een beetje rond in de leuke straatjes van het oude Mopti. Onse boot vertrekt woensdag 15/02 om 16 uur. Het is de bedoeling dat we 3 à 4 dagen later in Timbuctu zijn.

Tumbuctu - 22 februari 2006

Als je dit thuis aan het lezen bent, haal dan maar iets uit de koelkast om te drinken, misschien nog een chipke erbij, en zet je er maar eens goed voor, want dit is echt wel een sterk verhaal. Als we terug thuis zijn : niet met ons op café gaan want we riskeren om de hele avond over deze tocht te leuteren :-)
Die woensdag dus, hangen we eerst nog een beetje rond in Mopti en doden de tijd zoals dat heet tot 16 uur. We worden naar een prauw gebracht die zo te zien propvol zit met zakken gierst, radio's, een moto en nog vanalles nuttigs en onnuttigs. Daarbovenop zoeken een vijftigtal mensen een zitplaats. Wij dus ook. Tot daar alles behoorlijk OK en met het gebruikelijke anderhalf uur vertraging verlaten we de haven van Mopti. Na nog geen 100 meter lopen we al op een zandbank. De bemanning moet eruit en met stokken sleuren ze de prauw weer vlot. Dat gebeurt nog een paar keer in de volgende kilometers. Geen wonder ook : de prauw is duidelijk overladen. De boorden hangen met moeite 10 cm boven het water. Tot overmaat van ramp steekt een strakke harmattanwind op, de koude wind die vanuit de woestijn naar het zuiden blaast en zandstormen veroorzaakt. We geraken dan ook absoluut niet ver en rond 9 uur 's avonds beslist de schipper om te gaan slapen. We leggen aan en slapen in de duinen met zicht op de lichten van Mopti in de verte :-/.
We verbroederen ondertussen met Maxi en Baba, twee jongeren die in Timbuctu wonen. Vooral Baba is heel nuttig voor ons. Hij spreekt vloeiend Frans en behoorlijk goed Engels en heeft deze tocht al 6 keer gedaan.
Om 3 uur 's morgens moeten we al op want we vertrekken weer. In de loop van de ochtend blijft de gevreesde harmattan echter aanhouden en veroorzaakt golven die onze overladen prauw niet langer aankan. We gaan dus weer aan de kant. Het is behoorlijk koud en er is niet echt plaats om te schuilen. We beleven dus een ellendige namiddag en nacht. We liggen met de prauw langs de oever en kilometers in de omtrek valt geen huis te zien. Het lijkt wel avond doordat er constant opwaaiend zand de zon verduistert. Ook de vrijdagochtend - we hebben er dan al een tweede koude nacht opzitten en hebben nog geen vierde van de weg afgelegd - is er nog teveel wind. We blijven dus nog een paar uur in ledigheid doorbrengen. Een paar passagiers kunnen het wachten niet meer aan en proberen over land verder te geraken.
We worden ondertussen in leven gehouden met borden (plastieken kommen eigenlijk) rijst waarin je af en toe een vis of een verdwaalde tomaat vindt. In de namiddag valt de wind enigszins en we kunnen weer vertrekken. Tenminste, als de motor wil starten. De batterij wil echter niet meewerken. Valt nog mee : een paar uur later helpt een andere prauw ons uit de nood. Tegen de avond naderen we het debo-meer, de grote waterplas die zowat het centrum is van de Nigerdelta. Het landschap is behoorlijk spectaculair. Koeien en geiten grazen tussen kreekjes en plassen vredig naast een bonte verzameling watervogels. Tegen de avond komen we weer aan een zone met veel zandbanken en de passagiers moeten uit de prauw en langs de oever te voet verder. Weer eens goed dat we Baba hebben die ons alles kan uitleggen en ook onze vragen in het Bambara kan vertalen. De bemanning spreekt met moeite 2 woorden Frans en we zijn er ook al achter dat ze in feite niet echt competent zijn.
In tegenstelling tot wat er in dergelijke moeilijke omstandigheden vaak gebeurt, groeit er nu echter geen groepsgevoel. Veel medepassagiers zijn zelfs eerder aggressief tegen ons. Met Maxi en Baba vormen we een kliekje. We wandelen naar een dorp en brengen daar de nacht door.
De volgende ochtend is het eindelijk weer zonnig en we vertrekken dan ook meteen. Dit is onze vierde dag : we hadden er eigenlijk al moeten zijn en we zijn nog niet eens aan de helft van het traject. We varen die ochtend goed door en dan, rond 11 uur, komen we aan een dorp vlak voor het Debo-meer. De bemanning is aan het eten, allemaal tegelijk, en ziet dan ook de grotere boot niet die de rivier ter hoogte van het dorp oversteekt. De bemanning reageert veel te laat. Ze hebben met moeite de tijd om elkaar toe te roepen dat er een boot aankomt. We knallen er vol tegen met de boeg van onze prauw, die in stukken gereten wordt. De planken vliegen in het rond. De boot keert door de slag en we botsen met de flank van de prauw tegen de flank van de boot. Gelukkig is onze snelheid al wat gebroken door de eerste botsing en we kantelen niet. Een tweede geluk bij dit ongeluk is dat de prauw op een zandbank blijkt te zijn vastgelopen. Nu net mocht dit eens. We zinken dus niet ! En een derde geluk is dat we ter hoogte van een dorp zijn. We geraken dus zonder problemen en droog aan de kant. Wat nu? Discussie met de schipper leert dat de reparaties 4 dagen zullen duren, dat hij geen geld heeft om eerst een andere prauw te betalen omdat hij alles geïnvesteerd heeft in z'n lading en we dus moeten wachten. Dat zien velen uiteraard niet zitten. Wij ook niet :-(
Onze medische kit komt van pas : een paar mensen zijn gewond geraakt. We discussiëren nog een paar uur op z'n Afrikaans. Het dorp is ook wel leuk (tijd genoeg om het te bezoeken). Vrouwen drogen en roken vis terwijl mannen vissen en hun kudden hoeden. Na een paar uur - onze prauw is dan al naar de kant gesleept - passeert een andere prauw. Met een kano varen we erop af en beginnen te onderhandelen. We mogen mee tot in Diré, niet zover van Korioumé, de haven van Timbuctu.
Op die tweede prauw is de sfeer helemaal anders : goed eten, bemanning die de goede navigatieroutes kent en niet zoooo volgeladen, alhoewel ook wel vol hoor. De twee volgende dagen verlopen dan ook vlot. We steken het Debo-meer over, zien onderweg 4 nijlpaarden, massa's vogels, en prachtige landschappen. De zon is ook weer van de partij, al blijft het winderig en daardoor frisjes. Op zondagavond leggen we in Tonka aan. Baba bewijst nog maals z'n nut voor ons en neemt ons mee naar het huis van een vriend van hem. We worden er met open armen ontvangen. We eten, slapen en drinken thee in z'n huis. Hij wil van geen betaling weten. Een nacht op een matras is een stuk comfortabeler dan op een zak gierst, dat kunnen we nu ook bevestigen.
De dag erop verliezen we veel tijd omdat we vaak stoppen om goederen te lossen. En ook omdat de schipper een geweer heeft en af en toe een vogel neerknalt die een scheepsjongetje dan zwemmend moet gaan halen. Hij wordt niet aangevallen door krokodillen en nijlpaarden, maar wij waren er toch niet gerust op.
Maar dan zijn we er eindelijk. Een pick-up brengt ons naar Timbuctu en dinsdagnamiddag om 15 uur hebben we een bed en nemen een douche, bijna een week na ons vertrek. Een fris pintje gaat er ook wel in en een paar uur later zijn we klaar om het magische Timbuctu te bezoeken. Maar da's voor het volgende verslag.

Lees onze vorige avonturen in Mali                Onze laatste avonturen in Mali

Naar boven